Aankooptips. Een vlinderstuur maakt nog geen trekkingfiets!
8 augustus 2010 | Gepost door Michiel in Algemeen, Fietsen, Techniek | 16 reacties »

Je bent een aspirant vakantiefietser (m/v) en op zoek naar een bescheiden geprijsde fiets om bepakt en bezakt Europa te gaan ontdekken. Je loopt een fietsenwinkel binnen, maar ziet al gauw door de bomen het bos niet meer. Wat heb je nodig? Waar moet je nou precies op letten? Dan springt een stoer uitziende fiets met voor- en achterdrager en een imposant trekkingstuur er tussenuit. En de prijs is ook nog lekker laag! Die maar doen dan? Bezint eer ge begint en lees de volgende aankooptips voor de nodige basiskennis.
Beoordeel een fiets niet in eerste instantie op het stuur, zadel of banden. Deze onderdelen zijn eenvoudig te vervangen en bovendien heel persoonlijk. Probeer een beetje door de looks heen te kijken en focus je op de gewenste kwaliteit. Een goede trekkingfiets behoort robuust, stabiel, veilig, duurzaam en comfortabel te zijn. En het liefst ook nog een beetje onderhoudsvriendelijk. Als een lage prijs belangrijk is, let er dan bij aankoop op dat je een goede degelijke basis kiest en laat je niet teveel verleiden door allerlei luxe-items. Lichtgewicht en degelijkheid gaan niet altijd samen, dus met een beperkt budget geniet degelijkheid de voorkeur boven lichtgewicht.
Welke eigenschappen moet een frame hebben?
Bij een fietsframe is een zo hoog mogelijke torsiestijfheid gewenst. Dit geeft aan hoe goed het voor- en achterwiel in lijn blijven onder belasting. Hoe hoger de torsiestijfheid, hoe minder de fiets vervormt en hoe betrouwbaarder het stuurgedrag blijft. Een slap frame tordeert, waardoor de fiets niet exact de bochten rijdt die je zelf in gedachten hebt, of vervelend zwabbert als je met veel bagage rijdt. Daarnaast is een slap frame erg gevoelig voor “shimmiën” op hogere snelheden. Het frame komt dan in een soort oncontroleerbare trilling waardoor de fiets uiteindelijk onbestuurbaar wordt. Het enige wat je tijdens een shimmy kunt doen is je stuur heel stevig vasthouden, remmen en bidden. Bij lagere snelheden, een relatief lichte berijder en geen of lichte bepakking komt het niet zo kritisch, maar als je ooit op hoge snelheid op een haarspeldbocht af bent gestormd ga je een betrouwbaar stuurgedrag wel waarderen.
Een andere belangrijke eigenschap van een frame is de bracketstijfheid. Dit zegt iets over hoe ver de trapas meegeeft bij kracht zetten op de pedalen. Bij een slap frame buigt het midden van de fiets heen en weer en soms komt dan de achterband tegen de achtervork aan en de ketting kan zelfs tegen de voorderailleur aanlopen. Dit gaat ten koste van uw kostbare energie. Vooral bij beklimmingen voelt een slap frame erg vervelend en lijkt het of je energie weggezogen wordt in de bewegingen van het frame. Een frame met een hoge bracketstijfheid geeft je het gevoel dat iedere trap raak is.
De vorm van het frame
Om te beginnen; dames, koop geen fiets met een lage instap! Het gemis van een rechte bovenbuis maakt het frame aanzienlijk slapper en in combinatie met bagage voor en achter resulteert dit in een gevaarlijk zwabberend rijgedrag. Niet doen dus! De sterkste framevorm is een herenframe en is erg aan te raden, maar als je toch graag een damesframe wilt, kies dan voor een zogeheten ‘mixed’ (of op z’n Frans ‘mixte’) frame.

De Gazelle met vlinderstuur lijkt een trekkingfiets, maar is het niet. De Koga met mixed frame is er wel één.
Verticale stijfheid versus comfort
Een hoger comfortgevoel wordt nog vaak onterecht toegeschreven aan fietsen met een lagere torsie- en bracketstijfheid. Dit is een hardnekkige misvatting! Comfort komt namelijk niet uit zijdelingse bewegingen, maar uit verticale! Vergelijkende tests en metingen hebben aangetoond dat de wat slappere (stalen) frames helemaal niet comfortabeler zijn dan de exemplaren met hoge torsie- en bracketstijfheden. Sterker nog; tijdens vergelijkende tests met verschillende frames met exact gelijke afmontage, wielen, banden, zadels en sturen werden de stijfste modellen als meest comfortabel ervaren.
Dat een bepaald framemateriaal per definitie een hoger comfortgehalte heeft dan een ander is ook een fabeltje. Het is niet zo dat bijvoorbeeld alle stalen fietsen altijd comfortabeler zijn dan alle aluminium fietsen. De comfortverhogende veerwegen zitten voornamelijk in de banden, het zadel, de zadelpen, het stuur en de vormgeving van de achter- en voorvork. Niet zozeer in het materiaal zelf. Ook de geometrie van het frame en de zithouding speelt een rol.
Een frame van staal of aluminium?
De gangbare materialen voor trekkingfietsen zijn staal- en aluminium-legeringen. Carbon is sterk af te raden, want dat is te kwetsbaar voor trekkingfietsen en alleen geschikt voor supersnelle racefietsen en mountainbikes. Titanium is bijzonder geschikt, maar zeldzaam en prijzig en daarom laten we dit materiaal even buiten beschouwing.
Staal
Staal heeft een hoge treksterkte en is relatief elastisch. Het kan dus hoge krachten weerstaan alvorens het scheurt. Als een stalen frame een impact te verduren krijgt, zal het niet direct breken, maar eerst een eind verbuigen en/of langzaam inscheuren. Dit is voor staalliefhebbers een veilig idee.
Zwaar
Staal is het framemateriaal met het hoogste eigensoortige gewicht. Stalen frames zijn daarom meestal uit dunwandige buizen met een kleine diameter opgebouwd en dus niet echt stijf. Om een stalen frame van een goede torsie- en bracketstijfheid te voorzien, kan men dikke buizen gebruiken, maar dan wordt het frame weer relatief zwaar. Bij gelijke stijfheid weegt een stalen frame 500 tot 1000 gram meer dan een aluminium frame.
Corrosiegevoelig
Een groot nadeel van staal is dat het kan roesten en dus altijd van een beschermende laklaag voorzien moet worden en niet mag beschadigen. Het roestproces bij staal blijft namelijk steeds dieper van buiten naar binnen doorwerken. Een diepe kras gaat roesten en als je dit niet bijwerkt, betekent dit het begin van het einde van het frame.
Staal als framemateriaal wordt tegenwoordig voornamelijk gekozen omdat de liefhebber een slank frame gewoon mooi vindt. Niet zozeer vanwege de technische eigenschappen, want in feite zijn het oldtimers. Ook niet vanwege het vermeende comfort. Dat misverstand werd hierboven al tegengesproken. Een argument dat nog altijd door veel behoudende wereldfietsers gebruikt wordt, is dat als je stalen frame breekt, je deze dan zelfs in Verweggistan bijna overal kan laten lassen. Dit idee dateert waarschijnlijk nog uit de jaren ’60 en ’70, want tegenwoordig brandt een authentiek Verweggistans lasapparaat finaal door iedere dunwandige stalen buis heen. Framebreuk betekent gewoon einde vakantie, ongeacht het framemateriaal.
Aluminium
Vandaag de dag is aluminium het meest gebruikte framemateriaal. Het is goedkoop en allerhande soorten fietsen in veel uiteenlopende maten worden hiervan vervaardigd. Door verschillende legeringen te gebruiken, kan voor ieder doeleind de ideale aluminium buis gemaakt worden met de beste combinatie tussen gewicht, sterkte, stijfheid en prijs. Een aluminium frame is licht, stijf en kan tegen een stootje, wat het ideaal maakt voor trekkingfietsen.
Lichtgewicht
Aluminium heeft een geringere dichtheid en een lagere treksterkte dan staal. Om een frame stijf genoeg te maken, worden er oversized buizen gebruikt met een grotere wanddikte dan bij staal, maar door het lagere soortelijke gewicht van aluminium levert dit toch lichtere frames op.
Corrosiegevoelig
Aluminium corrodeert wel, maar roest niet door. Het laagje aluminiumoxide aan de oppervlakte van de buis vormt namelijk zijn eigen bescherming. Toch worden alle aluminium frames gelakt, omdat het dunne laagje aluminiumoxide kan worden aangetast door strooizout en vuil.
Gevoelig voor materiaalmoeheid
Aluminium is brosser dan staal. Er kunnen dus eerder haarscheurtjes ontstaan bij frequent buigen. Om ongewenste buigingen tegen te gaan worden aluminium framebuizen dus flink oversized uitgevoerd. In de praktijk breken alu frames nauwelijks door metaalmoeheid.

Klassiek gesoldeerd staal naast modern gelast aluminium.
Duurzaamheid
Er wordt nog veel aangenomen dat staal duurzamer is dan aluminium, omdat het een grotere elasticiteitsmodulus heeft en dus pas veel later last krijgt van metaalmoeheid dan aluminium. In theorie is hier op zich iets voor te zeggen, maar moeten we ons hier tegenwoordig bij de aanschaf van een nieuwe fiets zorgen om maken? Nee, in de praktijk zie je hier niets van terug. Toen iedereen 20 jaar geleden nog op staal rond reed kwam er veel meer framebreuk voor dan 10 jaar geleden, toen aluminium de overhand kreeg. En nog steeds komt er bij stalen frames procentueel meer framebreuk voor. Aluminium-skeptici hebben in de loop der jaren statistisch ongelijk gekregen.
Waar wel grote verschillen in duurzaamheid door ontstaan zijn piekbelastingen en corrosie. De meeste gevallen van framebreuk, vroeger en nu, zijn te wijten aan piekspanningen door slechte constructies of invloeden van buitenaf, zoals valpartijen, botsingen en krassen die langzaam overgingen in scheuren en roest. Piekbelastingen ontstaan op plaatsen waar scherpe hoeken voorkomen en veel krachten samen komen, vaak is dit waar de buizen aan elkaar bevestigd zijn. Als er teveel krachten op een klein gebied bij elkaar komen, kan daar uiteindelijk een scheur ontstaan.
Fabrikanten behoren de piekspanningen te minimaliseren door rekening te houden met de eigenschappen van het framemateriaal en hier hun constructiemethoden en vormgeving op aan te passen. Buisovergangen worden bij voorkeur mooi afgerond, zodat de krachten zich in alle richtingen kunnen verdelen en op mogelijk zwakke plekken wordt er meer materiaal toegevoegd ter versteviging. Bij alle materialen is het vakmanschap van de framebouwer bepalend voor het risico op breuk.
De wielen
Kiezen voor een (te) goedkope fiets met te zwakke wielen is vragen om problemen. Goede fietsen hebben tegenwoordig bijna allemaal dubbelwandige aluminium velgen. Er zijn grofweg twee manieren om een velg sterk te maken. Door meer materiaal toe te voegen krijg je een dikke velg met hoog profiel, welke lekker strak is en weinig vervormt, maar wel relatief zwaar is. Een velg met laag profiel is lichter, een tikkeltje comfortabeler, maar dient, om het uitscheuren van de spaken tegen te gaan, wel versterkt te zijn met stalen busjes rond de spaaknippels, welke door beide velgwanden geperst zijn. Dit is de zogeheten dubbel gebuste velg en deze wordt in de meeste kwaliteits trekkingfietsen toegepast.

Spaakbreuk is een veel voorkomend probleem bij zwaar belaste trekkingfietsen. Kies dus voor een wielset met veel spaken waarbij de krachten zo gelijkmatig mogelijk over alle spaken verdeeld worden. Iedere individuele spaak krijgt het op deze manier minder zwaar. De meeste trekkingfietsen hebben 32 tot 40 spaken per wiel. Laat een fiets met van die trendy designwielen, waarbij de spaken met grote tussenruimtes in groepjes van 4 zijn geplaatst, liever links liggen.

Je kan voor het zwaardere werk en de meer exotische oorden, in plaats van de standaard 28 inch, ook een fiets met 26 inch wielen overwegen. Kleinere wielen zijn sterker, geschikt voor bredere banden en de verkrijgbaarheid van 26″ wielen en banden is wereldwijd groter. Een mountainbike kan soms een geschikte basis zijn, maar let er wel op dat het frame geschikt is voor de montage van bagagedragers. Hybrides met 28″ wielen, daarentegen, rollen wel lichter en comfortabeler.
De onderdelengroep
Schakel- en aandrijfsystemen zijn er in vele kwaliteitsvarianten. Tot een onderdelengroep behoren: ketting, tandwielen, derailleurs, schakelhendels, trapas, crankstel (traparmen en voortandwielen), balhoofd (lagers in de stuurbuis), wielnaven en remmen. Niet alle fabrikanten monteren al deze onderdelen van één en hetzelfde merk en type op hun confectiefietsen. Om commerciële en/of praktische redenen worden er vaak verschillende onderdelen van divers komaf door elkaar gebruikt. Daar hoeft op zich niet veel mis mee te zijn, zolang er maar niet teveel op cruciale onderdelen bespaard wordt.
De naven, het balhoofd en de trapas zijn de belangrijkste draaiende delen van de fiets. Vreemd genoeg zijn dít juist de onderdelen waar maar al te vaak op bespaard wordt, want deze zijn toch onzichtbaar voor menig onwetende klant… Let daar dus op! Met name Aziatische merken en prijsvechters hebben er een handje van om op de verkeerde onderdelen te besparen, ten koste van de duurzaamheid en veiligheid… Maar zelfs gerenommeerde merken als Batavus en Gazelle maken zich hier schuldig aan!

Een volledige Shimano XT groep. Prima!
Het meest in het oog springende onderdeel, de achterderailleur, is vaak van een duurder type dan de andere onderdelen. Zodra er een mooie Shimano XT achterderailleur op de fiets zit, wil dat niet zeggen dat de rest van de onderdelen van gelijkwaardige kwaliteit is! Het is niet erg als de voorderailleur een stapje lager in kwaliteit is, want deze wordt toch minder gebruikt. Let er verder goed op dat de voortandwielen per stuk te vervangen zijn. Bij goedkope crankstellen zijn de tandwielen van een niet zo duurzame metaalsoort en vaak zijn ze gedrieën aan elkaar geklonken, dus als er één tandwiel versleten is (meestal als eerste de middelste), dien je gelijk het hele crankstel te vervangen. Goedkoop is duurkoop! Bij de betere crankstellen met losse tandwielen kan je bij vervanging kiezen voor extra geharde aftermarket bladen.

Links: geklonken tandwielen. - Rechts: afzonderlijk verwisselbare bladen.
De grootste leverancier van hybride-componenten is Shimano, maar ook Sram (voorheen Sachs) is – in veel mindere mate – op hybridefietsen te vinden. De groepen Altus, Acera, Alivio en Nexave van Shimano zijn ontwikkeld voor licht belaste toerfietsen en niet echt geschikt voor het intensievere werk van de vakantiefietser. Let er als beginnend vakantiefietser op dat tenminste je basiscomponenten (naven, trapas, balhoofd, crankstel) van het type ‘Deore’ of hoger zijn. In geval van een wat oudere gebruikte fiets moet je letten op de voorlopers, genaamd STX en STX-RC. Boven de Shimano Deore groep vind je de types LX, SLX en XT en dat is prima spul voor de kilometervreters.
Het kan natuurlijk altijd beter en daarom monteren sommige kwaliteitsfabrikanten waar nodig componenten van meer gespecialiseerde merken waarvan de kwaliteit hoger ligt dan het standaard Shimano-spul. Het balhoofd is meestal van een ander merk dan de rest van de onderdelen, want deze wordt, afhankelijk van het soort frame, op maat geselecteerd. Kwaliteitsfabrikanten passen hier meestal een mooi duurzaam type toe.
De remmen
Kies in de lagere prijsklasse altijd voor betrouwbare velgremmen! Trommelremmen en de zogeheten Rollerbrakes zijn niet geschikt voor trekkingfietsen, want deze zullen falen door de hitte die opgebouwd wordt in de afdalingen. Ook worden de spaken teveel belast, omdat deze niet alleen het gewicht en de aandrijfkrachten van de naaf naar de velg over moeten brengen, maar nu ook nog eens de remkrachten. Schijfremmen hebben geen last van teveel hitte, maar ook deze zijn niet aan te raden vanwege de verhoogde spaakbelasting en vooral in de lagere prijsklasse mag je (nog) geen echte kwaliteit verwachten.
V-brakes van uiteenlopende merken zijn meestal prima op hun taak berekend, redelijk eenvoudig te repareren en niet te duur. Het grootste nadeel van velgremmen is wel dat op termijn de velgen zullen slijten. Let er bij een gebruikte fiets dus goed op dat de remvlakken van de velgen niet teveel hol geremd zijn.
Echte aanraders zijn de zeer robuuste hydraulische velgremmen van Magura. Door de gesloten olieleidingen heb je geen last van verminderd remvermogen als gevolg van vuil en vocht en het remgevoel is en blijft uiterst precies. Ook gaan de remblokjes langer mee en ze zijn bovendien in een handomdraai te vervangen.

Van links naar rechts: mechanische schijfrem - V-brake - hydraulische Magura.
Wel of geen vering?
Vering verhoogt misschien wel het comfort, maar is wel een extra onderhoudspunt en mogelijke kostenpost, want alles wat beweegt kan kapot. Van verende voorvorken in de lagere prijsklasse mag je geen lange levensduur verwachten en bovendien lever je iets in op de stijfheid van het geheel. Er zijn maar weinig verende voorvorken waar lowriders aan bevestigd kunnen worden en dus zal je de dragers met speciale klemmen moeten monteren. Vering wordt vaak ook overschat; enkel de grotere klappen worden gedempt, maar kleinere trillingen blijven onverminderd doorkomen. Als je in een lagere prijsklasse aan het shoppen bent, dan kan je beter kiezen voor een stijve voorvork en gewoon fijne zachte handvatten met een breed steunvlak monteren. Kleine trillingen worden het beste gedempt door wat dikkere banden met een halve of hele Bar minder druk.

Voor extra comfort: ergonomische handvatten van leer, kunststof en kurk en bredere soepele banden.
Welke zithouding?
De ideale zitpositie is heel erg persoonlijk en sterk afhankelijk van je getraindheid, je rijstijl en de omstandigheden van de omgeving waar je gaat fietsen. Ga voor jezelf eerst goed na wat jouw rijstijl is, hoe je graag wenst te zitten, welke plekken extra gevoelig zijn, enzovoorts. Een rechtop houding is misschien wel comfortabel, maar nodigt niet echt uit voor stevig doorfietsen en het klimt niet echt makkelijk. Met een diepere zithouding kan je je krachten beter kwijt en is de gewichtsverdeling vaak beter. Dit in combinatie met een breed stuur maakt ook dat je veel controle hebt over de zwaar beladen fiets. Laat je hier uitgebreid door de vakhandelaar over adviseren, inclusief een lichaamsmeting, en probeer zo veel mogelijk verschillende modellen uit. Voor iedere zithouding bestaat er een specifiek soort fiets. De keuze van het stuur en zadel vloeit uiteindelijk voort uit de gewenste zithouding. Bij een rechtop houding heb je een breder zadel nodig en hoe dieper de zit, hoe smaller het zadel zal moeten worden. Zelfs hier zijn meetsystemen voor!

Voor iedere houding een specifieke fiets. Voor iedere bips een speciaal zadel.
Bedankt dat je helemaal tot het einde van dit artikel hebt doorgelezen. Dit bespaart je een hoop tijd in de fietsenwinkel en je betreed nu hopelijk iets beter beslagen het ijs.
Tot slot nog een aantal opmerkingen om in je achterhoofd te houden: Goedkoop is duurkoop. Degelijkheid heeft zijn prijs en luxe is vaak onnodig duur. Als iets te mooi om waar te zijn lijkt, dan is dat ook meestal zo.
Veel succes met het zoeken naar jouw ideale fiets en mocht je nog vragen of opmerkingen hebben, dan kan dat in de reacties hieronder.
RSS
Twitter
Facebook
Hyves
LinkedIn
StumbleUpon
Add to favorites
email



Heel goed onderwerp over hoe er naar fietsen gekeken moet worden. Over frames en remmen etc. etc. kan je al heel veel vinden op internet. Wat ik zelf heel belangrijk vind is het het zadel . De volgende link geeft een goed voor beeld van hoe het e.e.a in elkaar zit. http://www.xs4all.nl/~swhs/fiets/tests/zadels/index.html. Hier worden op een overzichtelijke manier diverse zadels in de praktijk behandeld.
Heel leerzaam, Michiel. Dankje! Gelukkig ben ik al voorzien van een mooie fiets die aan alle eisen en wensen voldoet, een echte Koga Signature met mixte frame, Shimano LX en HS33. Een topfiets! Toch heb ik in het begin van mijn fietsvakantieloopbaan ook een miskoop gedaan door met een te goedkope Giant met Acera en Alivio op pad te gaan. Ik had erg veel last van gebroken spaken en toen er kosten aan zaten te komen voor nieuwe tandwielen voor en achter, heb ik hem ingeruild.
Otto, interessante link, maar het gaat alleen over leren zadels. Heb je ook informatie over kunststof en gelzadels?
Hoi Carla,
Bedankt voor je reactie, nee ik heb helaas geen informatie over andere zadels , maar als je naar de Wereldfietser.nl gaat en daar het forum aanklikt kun je onderaan ( ga naar: ) techniek en onderdelen aanklikken, hierin worden andere zadels ook besproken. Veel plezier met het onderzoek.
Groet Otto
Oh, en mocht je een geschikte trekkingfiets gevonden hebben, maar mist deze nog jouw zo vurig gewenste vlinderstuur? Dan kan je alsnog een exemplaar met een fijn lederen omhulsel aanschaffen voor €79,95. Inclusief montage! ;)
Bedenk wel dat deze je zithouding verkort met zo’n 4 á 5 cm.
Beste,
Ik heb nogal last van pijn in de onderrug,
ik vraag me af welk stuur er dan het best is,
persoonlijk denk ik een vlinderstuur,
welke voor-en nadelen heeft een vlinderstuur eigenlijk
@ Pynaert: pijn in de onderrug is niet simpelweg op te lossen met een ander stuur. Je gehele zithouding zou eens onder de loep genomen moeten worden. Ik raad je aan jezelf eens op te laten meten en je fiets af te laten stellen door een ervaren vakhandelaar.
Het grootste voordeel van een vlinderstuur is dat je tijdens het rijden meerdere handposities kunt kiezen. Hoe meer variatie, hoe beter je het uithoudt tijdens lange tochten.
In de praktijk gebruikt men over het algemeen echter slechts 2 posities: gewoon horizontaal (met de handen bij de versnellingen en remmen) en verticaal (aan de zijkanten). Als je het bovenste gedeelte van zo’n stuur weinig gebruikt, kan je net zo goed een recht ATB-stuur met barends kiezen. Nadeel van een vlinderstuur is dat deze smaller is dan een ATB-stuur.
Dank voor info! Echter, de titel van het artikel doet vermoeden, dat er ook iets over (vlinder) sturen in zou staan. Quod non.
Jammer, maar wie weet komt het nog?
mvg Zeebou
@ Zeebou: wat zou je willen weten over (vlinder)sturen?
Bedankt voor het leuke artikel. Erg leerzaam en nuttig om een goede keuze te maken. Ben zelf ook een koga signature aan het overwegen. Ben helemaal weg van de looks maar volgens mij staat koga al jaren ook voor kwaliteit.
Hoe kan ik voor mezelf de keuze maken tussen 26 of 28 inch,
Welke breedte van band?
Maakt de shimano XT 27 (model jr 2011) en de 30sp (modeljr 2012) veel verschil?
Ik ga hem toch hoofdzakelijk in NL gebruiken voor woon- werkverkeer (60km per dag) en misschien komend jaar dagtochten in oostenrijk vanaf n hotel
26 inch is eigenlijk alleen interessant voor zwaar bepakte trekkingfietsen die over slecht begaanbare onverharde wegen moeten kunnen rijden. Aangezien je voornamelijk op goed geplaveide wegen rijdt, is 28 inch fijner. Het is comfortabeler en heeft een iets lagere rolweerstand. Af en toe een boerenlandweggetje ermee pakken is geen probleem.
Twan,
Het verschil tussen Shimano XT 9 speed (9×3) en XT 10 speed (10×3) is m.i. te verwaarlozen.
9 speed schakelt overigens fijner.
Hallo allemaal,
een mooi stukje dat beknopt de nodige info geeft. Alleen de combinatie trekkingfiets/racestuur mis ik nog, eventueel in combinatie met 26″wielen. Ook bij een racestuur heb je de mogelijkheid om je handen in verschillende posities te plaatsen. Bijkomend voordeel is dat je wat gestrekter zit, wat een effectieve trapbeweging oplevert. Als je fiets goed is afgesteld kun je het met deze combinatie uren achter elkaar volhouden. Nadeel van een recht stuur kan zijn dat je op den duur last van je polsen kunt krijgen.
Groeten, Harry.
Hoi Harry,
Een racestuur kan inderdaad een interessante optie zijn, maar deze is te weinig mainstream om aan te treffen op standaard basis- en middenklasse toer- en trekkingfietsen. Je ziet de racebocht toch vooral bij de meer gespecialiseerde (en prijzigere) trekkingmerken. Vandaar dat ik hem in dit verhaal niet heb meegenomen.
Helaas is het grootste probleem met een racebocht dat de compatibiliteit met de diverse remsystemen beperkt is. Je kan eigenlijk alleen met kabelremmen werken. Sinds Magura de HS66 remhendels niet meer maakt, zijn er geen echt goede oplossingen bedacht om met een racebocht en Magura HS33 te rijden. Daar moet iemand toch snel eens wat op vinden, want dan zal mijn volgende fiets eindelijk uitgerust kunnen worden met een racebocht, Magura HS33 remmen en de Gilles Berthoud Rohloff shifter.
Voor mij is 28 inch met een race stuur de perfecte combinatie.
Vele posities mogelijk bij het stuur [ lekker onder in de beugel tegen de wind of berg afwaarts].
28 inch rolt veel fijner op de lange afstand en met wat bredere banden kom je praktisch door alle onverharde wegen.
Voor mij was de keus van 26 inch voor mijn lange reis puur omdat die banden en velgen over heel de wereld verkrijgbaar zijn, een bandje kopen van 28 inch wordt in Kazachstan erg moeilijk.
Zo’n vlinderstuur vind ik erg lomp overkomen “te veel van het goede” zeg maar.
En bij een recht stuur kan ik nooit mijn gewenste positie vinden.
Michiel heeft gelijk wat positie betreft, stuur-zader-pedalen moeten in de juiste verhouding afgesteld staan, een cm kan al veel verschil maken met wel of geen rugpijn of last van de knieen.
Inderdaad jammer dat er geen HS66 meer bestaat. Aan de andere kant: wat kan een racestuur wat een combi van ligstuur + “normaal” atb stuur niet kan?
Met ligstuur ben je nog sneller tegen de wind in of bergop. Alleen in de drukke stad is hangen in een ligstuur niet aan te bevelen. Probleem is wellicht het stuurtasje, maar dat zou je kunnen oplossen door of geen stuurtas te nemen, of een extra stuurpen bovenop je bestaande stuurpen te plaatsen en daar je ligstuur aan koppelen.
Berg op fietsen op een ligstuur?? Knappe jongen als je dat kan!
Als ik bv. Col du Galibier op fiets dan houd ik mijn handen boven op het stuur, zelf een profwielrenner zie je niet onder in de beugel een berg opfietsen.
En met een ligstuur de Galibier af lijkt mij erg gevaarlijk, ik houd liever mijn handen bij de remmen, voor je het weet ga je in een scherpe haarspeld het ravijn in.
Ben het eens als je een lange duurrit [tijdrit] moet doen of lang tegen de wind dat een ligstuur effect heeft, maar in zelfs de meeste evenementen is een ligstuur verboden. [te gevaarlijk]