Over Zwerfpoezen, Duiven en Cyclocross banden

Op mijn fietsreis naar Parijs reed ik met de Santos Race Lite in België over een drukke weg richting Zottegem. Het asfalt was slecht, de hard rijdende en rakelings passerende vrachtwagens talrijk en de wind bleef maar keihard in m’n gezicht blazen. Ik was dan ook blij dat er eindelijk een bordje verscheen die fietsers naar een zijweg verwees in de richting van waar ik heen wilde.

Nu moet je weten dat de Belgen een groot vertrouwen hebben in het oriëntatievermogen van fietsers. Wat betekent dat de richting meestal éénmaal aangegeven wordt en daarna mag je het vanaf de eerstvolgende splitsing verder zelf uitzoeken. Een dergelijke avontuurlijke instelling zijn wij in Holland niet zo gewend, maar het brengt je wel op de meest verrassende plekjes. Dus… niet veel later bevond ik mij op smalle, slingerende, onverharde boerenlandweggetjes in de richting van Weetikveel.

Voor meer comfort op verschillende soorten ondergrond en om de kans op lekke banden te verkleinen, had ik de Race Lite voor vertrek ontdaan van zijn spatborden en 28mm Continental bandjes en voorzien van 35mm brede Schwalbe Kojak banden. De landweggetjes boden een mooie gelegenheid om de offroad prestaties van deze banden eens te ervaren.

De bandenkeuze bleek een goede zet! De zandwegen voor het plaatselijke auto- en tractorverkeer gingen al snel over in smalle gravelpaden voor wandelaars en mountainbikers. De sportieve Santos stuiterde en roffelde er vrolijk overheen. Met het stuur stevig in handen hopte ik van het ene naar het andere spoor, terwijl de stenen onder de banden vandaan schoten en het stof hoog opwaaide. De wegligging was beter dan ik verwacht had en ik had dikke pret op die technische paadjes met losliggend gesteente.

Op goed geluk sloeg ik afwisselend links en dan weer rechts af, met de kerktoren van het dichtsbijzijnde dorp als richtpunt. Ik bereikte die kerktoren echter nooit, want het pad maakte een bocht en ging over in een snelle afdaling verder het dal in. Ik stuiterde lekker vlot omlaag totdat de achterkant uit begon te breken. Lekke band…

Onderaan de afdaling kwam ik tot stilstand bij een oude, vervallen en verlaten hofboerderij. Ik zette de fiets op de kop, nam het achterwiel eruit en trok de band van de velg.

Achter me ging een deur van de boerderij open en er kwam een oud mannetje naar me toe lopen. Aan zijn schuifelende manier van lopen en zijn kromme houding schatte ik hem op een jaar of 85. In de ene hand had hij een lege emmer en in de andere zijn loopstok. “Een platte?” zei hij. “Ja, een stootlek, denk ik,” antwoordde ik.

De oude man keek eens bedenkelijk naar m’n voorband en kneep erin.

– “Awel, dat is ook niet veel, hè?”
– “Ach, tot zover ging het boven verwachting, dus ik mag niet klagen.”
– “Ik heb cyclocross banden op mijn velo. Van die brede, dat is beter.”

– “Gij zijt niet van hier, hè?”
– “Klopt. Ik kom uit Apeldoorn, Holland.”
– “Amaay! Gij zijt per velo naar hier gekomen?”
– “Jazeker, ik ben onderweg naar Parijs.”

We praatten verder wat over de omgeving, de Belgische wielrenners van weleer en de oude, vervallen boerderij waar hij zojuist uit kwam lopen.

– “En wat bent u aan het doen?
– “Ik heb de poes eten gebracht.”
– “De poes?”
– “Ja, er woont hier een zwerfpoes in de boerderij. En nu ga ik mijn vogels voeren.”
– “Oh, wat leuk. Hoeveel vogels heeft u?”
– “Oh, ongeveer 100.”
– “Zoveel?!” Waar dan?
– “Kan ook 150 zijn. Ze wonen ook hier in de boerderij. Duiven, mussen, heel veel soorten.”
– “Oh zo… Leuk!”
– “Ge moet lief zijn voor de natuur, hè. Ik kom hier iedere dag mijn dieren voeren.”

De oude man toonde me zijn trotse dagelijkse liefdadigheid. In een lege ruimte met gaten in de muur zag ik twee bakjes met water en kattevoer staan. In een andere ruimte en op de binnenplaats had de man een hele emmer maiskorrels uitgestrooid. Voor de meer dan honderd vogels. Hij wees me nog even de weg naar waar ik heen wilde en toen ging hij weer. “Awel, goede reis nog, hè!” Krom schuifelend, met de lege emmer in de ene hand en z’n wandelstok in de andere, liep hij het pad af. Die stok had hij hard nodig, maar hij had tenminste wel echte cyclocross banden op zijn fiets!

Toen de man weg was, kwam de poes tevoorschijn. Een zwarte. Een beetje mager, maar hij zag er wel gezond uit. Ik probeerde hem te aaien, maar hij bleef op afstand naar me staan miauwen. De duiven zaten in de bomen en op het dak te wachten tot ik weg was.

Mooi vind ik dat: liefhebbende zorg dragen voor de kleine dingen in je nabije omgeving. Later als ik oud ben… dan wil ik ook een zwerfpoes… en 100 duiven.

En cyclocross banden op mijn velo! Van die brede, want dat is beter.

PS: Aan het einde van de dag heb ik de binnenband gecontroleerd en deze bleek niet lek te zijn geraakt door iets scherps of een harde stoot op een steen. Het ventiel bleek niet goed meer te zijn. De Schwalbe Kojaks zijn hier dus niet schuldig aan.

2 Replies to “Over Zwerfpoezen, Duiven en Cyclocross banden”

  1. Ludo Vanlangenakker says:

    Mooi verhaal… Of hoe pech ook zijn leuke kanten heeft 🙂

  2. Marcus says:

    Banden zijn altijd een compromis. Velen kiezen voor onnodig breed en zwaar (mijn bescheiden mening). Mijn Santos Trekking is afgemonteerd als cyclocrosser/ randonneur met spatbordjes en dragers. De banden die ik gebruik zijn Schwalbe Marathon Racer 700×30. Die lopen op asfalt zeer licht, geven veel grip, zijn redelijk lekbestendig en kunnen tegen een onverhard uitstapje (ook met bepakking). Voor 4,5 a 5 en achter 5 a 6 bar erin en gaan met die banaan!

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *